Tekening*

Potlood en vetkrijt op papier; A5
Advertenties

De Kist van Oxford

Kist van Oxford

Wat blijft er nog over van de Guldensporenslag buiten wat onnozele snotapen die denken hun geschiedenis te kennen, en roepen dat de Vlaamse identiteit moet terugkeren. Ze weten niet eens dat de Franstaligen aan Vlaamse zijde vochten. 

Tot zover de Vlamingen die de Fransen buiten stampten.

Ik hoorde Dries Van Langenhove trouwens nog beweren dat ‘Schild en Vriend’ gebruikt werd tijdens de Guldensporenslag.

Het is niet omdat de Brugse Metten ook in 1302 plaats vonden en aan de Guldensporenslag vooraf gingen dat Schild en Vriend over het slagveld galmde.

Daar ging het niet meer om Brugge, maar om Vlaanderen.

‘Vlaanderen De Leeuw’, was de kreet tijdens de Guldensporenslag.

Tot zover Driesje en zijn kennis van de Vlaamse identiteit.

Op het ogenblik dat hij met dat soort zever afkomt zit er natuurlijk iemand zonder kennis voor hem. Iemand die nu zelfs een programma op radio 1 presenteert.

Tot zover ook weer de kennis van onze journalisten.

Applaus. 

U hoort het rond minuut drie. 

Ik zuig het niet uit mijn duim.

Hij kan zich nu weer toeleggen op de vrije meningsuiting en de linkse media.

Maar goed, het gaat hier echter over de Kist van Oxford – in Engeland de Kist van Kortrijk (Courtrai Chest) genoemd.

Zowat het enige overblijfsel van de Guldensporenslag.

Denkt men.

Er zijn twee kampen.

Het ene is overtuigd van de authenticiteit, voor het andere is het een ingenieuze vervalsing. 

In 1905 wordt een boer in Stanton-St-John wat pachtgeld kwijtgescholden in ruil voor een antieke kist. 

“Best mooi, geef dat maar mee.”

Ze wordt naar Oxford gebracht waar ze in 1909 ergens in de kelder wordt aangetroffen.

Historici merken al snel dat het niet zomaar een antieke kist is. Het voorpaneel stelt de Guldensporenslag voor.

Daar is men het over eens.

Vlaanderen toont interesse, maar zomaar wat geld neertellen gaat men ook niet doen – kunstwerken links en rechts verliezen omdat ministers ze uit hun kabinet mee naar huis nemen ok, ca va, maar hier gaat het om belastingsgeld.

Ah ja, bij die kunstwerken in de kabinetten ook.

Soit, de Kist van Oxford.

Driehonderdduizend euro wil men ginder. Toch wel veel. Die boer zal ook gevloekt hebben.

De expertise valt negatief uit. Het is een vervalsing. 

Samengevat: Recuperatiemateriaal dat wat aaneengeklungeld is. Het voorpaneel waar de Slag op afgebeeld staat is niets anders dan alles wat men kent van Gentse fresco’s, naslagwerken en het tapijt van Bayeux op een hoop gegooid. Goed gegooid, maar gegooid.

Ook de zaagsporen aan de zijkant van het paneel zijn van veel latere datum.

Geen aankoop door en voor Vlaanderen dus.

Maar hoe waarschijnlijk is die vervalsing?

De plank van het voorpaneel dateert wel van rond 1300. De kans dat een vervalser net zo’n plank te pakken heeft gekregen, en zonder mogelijk onderzoek, want de kist is voor de twintigste eeuw gemaakt, alles ineen gezet heeft is niet gewoon klein. Ze is heel klein. ,,Honderd procent zekerheid bestaat niet, maar ik ben wel voor 100 procent zeker dat ze echt is. We wachten nog altijd op het eerste harde bewijs dat het om een vervalsing gaat.’’ aldus degenen die geloven dat de Kist authentiek is.

Ook zie je nergens Guldensporen op het tafereel. Dat is een mythe die Conscience ervan gemaakt heeft. Een vervalser zou al snel geneigd zijn naar die mythe terug te keren. De vervalser – als het een vervalsing is – was ook enorm goed op de hoogte van de heraldiek uit die tijd. Hij kende de exacte wapenschilden, hoewel die fout zijn afgebeeld op heel wat negentiende eeuwse schilderingen. Ook de leeuwen hebben geen tong, en hun staart krult naar binnen. Dingen die op schilderijen later steeds fout werden weergegeven.

Hoe waarschijnlijk blijft het vervalsingsverhaal? Planken die uit de juiste tijd komen, een vervalser die meer weet dan alle historici van de negentiende eeuw samen én die zich dan ook nog eens compleet uit de naad werkt om de indruk te wekken dat het voorpaneel later is ingekort. Hij brengt beschadigingen aan, de twee planken van het voorpaneel worden samen gebeeldhouwd, dan weer losgemaakt, dan met scharnieren aan mekaar gezet, maar uiteindelijk toch met nagels aan de zijpanelen genageld.

Hij houdt ruimte vrij voor een slot, maakt er speciaal gaten voor om dan met een kleiner zeventiende-eeuws exemplaar af te komen. Heel veel moeite om te bewijzen dat de kist van alles en nog wat achter de rug heeft. En waarom? 

Voor niks. Gewoon om een kist te maken die ergens bij een boer staat, want het is niet dat ze in een of ander museum is terecht gekomen. Toevallig is het via via in Oxford geraakt.

Als men ze toch tegen een degelijke prijs naar Vlaanderen wou halen had men nooit zoveel spel mogen maken rond die echtheid. Het advies van een specialist. Niet van mij. Hoe dom dat men altijd heeft willen bewijzen dat de kist echt is. Zeg van in begin dat ze vals is, koop ze als vals en bewijs dan dat ze echt is. Nu is de prijs enkel gestegen. Anders had je een koopje.

Slager heb je varkenspoten?

Geen idee waarom ze mij niet gewoon Jantje hebben genoemd.

En dan maar lachen om die dwaze mop. 

Een slechte mop, maar tenminste lachen. Van hahaha. Handjes op de dijen en dan over de grond rollen van plezier.

Heel dit leven was dan tenminste gewoon één grote grap geweest met een onnozel voorspelbaar einde. Van generatie op generatie doorgegeven.

Wat is het nu?

One big sick joke waarin ge op de lange duur niet meer weet wat ge aan het doen zijt. 

Blasfemie, zeg ik u, blasfemie. Geen ruimte, geen tijd.Zomaar geschapen. 

Geen geboorte, geen geween. 

Gewoon al de gedachte dat ge elke ochtend uit uw nest moet kruipen en granola eten. 

Jantje was nog niet zo slecht geweest.

Is weten erfelijk? Je zal dit wel een domme vraag vinden maar ik ben dan ook precies de domme zoon van een arme timmerman. 

Het zou kunnen hoor, mijn papa heeft een hamer en hout in huis. 

Hij heeft vroeger zelfs eens een tafel gemaakt.

En ik ben de zoon van mijn vader.

Els Leys vertelt het op de radio.

De revolutie van de arbeidersklasse. Lam gezopen. Gekookte hersens.

Ik ben geen Upton Sinclair die schrijft over den abattoir

Ach, slager, heb je varkenspoten? 

Dat is pas het leven.

Een geslaagde mop.

Pâturages

Pâturages, wat voor zinvols kunt ge daarover vertellen? Een dorp. Situeer het maar. Ge zijt er door voor ge weet dat ge er zijt geweest. Het ligt niet ver van de Franse grens, ten zuidwesten van Bergen.

Wat er zo speciaal aan is, buiten het feit dat ge er door rijdt zonder het te beseffen? 

Het ligt in de Borinage. Een streek vol mijnwerkers.

Ja, ok, ça va, merci.

Et alors?

In 1878 kom Vincent Van Gogh in Pâturages toe. Hij blijft er een tijdje en trekt dan naar Wasmes – een paar kilometer verder, waar hij aan de slag kan als evangelist onder de mijnwerkers. 

Het was zijn roeping.

Hij bezocht er zieken en gewonden en ging er preken en spreken op vergaderingen.

Het enige dat telde waren de mijnwerkers.

Mee de mijn in.

Van Gogh leefde er in armoede als één van hen.

Allemaal goed en wel, maar noch zijn oversten, noch de mijnwerkers apprecieerden dat.

Hij was daar om het woord te verkondigen niet om de onnozelaar uit te hangen onder de grond.

Na verloop van tijd was het genoeg geweest.

Gedaan met preken. Zo gaat dat ook bij evangelisten.

Daar stond hij zonder geld.

Stilaan voelde hij nood om te tekenen.

Het landschap. De mensen. De armoede.

Geen kleur. 

Houtskool.

Wat donkere verf. Aardkleuren. 

Droefheid.

Aan Theo schreef hij “Het is een sombere plek en bij ’t eerste gezigt heeft alles in den omtrek iets akeligs en doodsch”

Meer was er niet te zien in de Borinage, al zullen ze daar ook wel gelachen hebben, al zal daar ook wel de zon geschenen hebben.

Het zegt veel over de omgeving.

Dat is kunst.

Het mag er dan nog vrolijk zijn, het is er triest.

Wat Vincent dan wel wou, wist zijn familie niet.

Evangelist, tekenaar, nog iets anders?

Men twijfelde aan zijn geestelijke vermogens.

Tijd om hem tussen de zotten te steken, dachten ze.

Naar Geel ermee.

Vincent geraakte echter meer en meer overtuigd van zijn kunstenaarschap.

Nog even wachten met Geel.

Hij ging op bezoek bij Jules Breton – een schilder uit het realisme – in Courrières, tachtig kilometer verder. 

Te voet naar daar.

Hij durfde niet aanbellen.

Te voet terug dan maar.

Niet naar Geel. Nee, niet naar Geel.

Uiteindelijk werd het Antwerpen.

Dat is wat Van Gogh ook is voor mij.

Het uiteinde van mijn straat. 

Zijn atelier in Borgerhout.

Voor Wikipedia is Pâturages niet meer dan een mijnramp; geen Van Gogh.

Wasmes heeft wel een fotootje van het huis waar hij ooit gewoond heeft, maar voorts geen vermelding.

Kosthuis Vincent Van Gogh, Wasmes – (Serge Ottaviani)

Van Gogh is en blijft de Provence.