Tekening*

Potlood en vetkrijt op papier
Advertenties

De Nobelprijs voor Hitler

Hitler heeft nooit de Nobelprijs voor de Vrede gewonnen.

Tuurlijk niet, onnozelaar.

Wat, onnozelaar onnozelaar.

In 1939 was hij wel genomineerd. 

Hij stond op het punt Polen binnen te vallen en WO II te beginnen.

Eerste nog rap een nominatie binnen halen.

Don’t be a fool, don’t be a mad man, Hitler was geen engel, wat komt gij ons in onze nek draaien, denkt ge nu echt dat wij een bunch of idiots zijn?

Zeg ik toch nergens. Maar ik lieg niet.

Beschuldig mij niet.

Ik heb er geen kloten mee te maken.

Richt uw pijlen op Erik Gottfrid Christian Brandt, sociaal democraat van het Zweeds parlement.

Deed iedereen toen ook.

Iedereen kwaad.

Het is verdomme Hitler, klootzak.

Brandt had wel ballen aan zijn lijf.

Hij noemde Hitler ‘a God-given fighter for peace’ en ‘the Prince of Peace on earth’.

Hij schreef dat hij er vertrouwen in had dat de dictator ‘could pacify Europe, and possibly the whole world’.

Het lijkt een grap.

Dat was het ook; Brandt was zo anti-fascistisch als Ché Guevara.

Elk lid van elk parlement van elk land van elk continent; elke minister; élke professor geschiedenis, filosofie, theologie, rechten, sociale wetenschappen, en nog meer van dat gezever waar ge niet kunt op buizen, elk lid van het Nobelprijscomité, elke vorige winnaar, en wellicht ook nog hun familie, mag iemand voordragen.

We spreken hier dus letterlijk over honderdduizenden die iemand mogen nomineren.

Zomaar.

Geen enkele restrictie staat op die nominatie.

Wilt ge uw grote liefde een schoon cadeautje geven, nomineer haar dan.

Dat zou ik haar toch als cadeau geven.

En ze verjaart bijna.

Zo ben ik.

Maar Brandt nomineerde Hitler uit protest tegen de fascistische strekking die in het Zweedse parlement opgang begon te vinden.

Daar hadden er al enkelen Neville Chamberlain genomineerd – Brits eerste minister die concessies had gedaan aan Hitler ‘Je krijgt een stuk van dat en dat en dan zijn we quitte en zwijg je.”

Hitler had eens geknikt en viel wat later Polen binnen.

Het zou wel ironisch geweest zijn moet Hitler de prijs gewonnen hebben, aangezien hij in 1935 alle Duitsers verboden had die prijs te aanvaarden, omdat zijn grootste criticaster Carl von Ossietzky toen de Nobelprijs voor de Vrede kreeg toegekend.

Von Ossietzky zat toen in een concentratiekamp waar hij later stierf door marteling.

De toekenning toentertijd was een poging om hem vrij te krijgen.

Niet nodig te zeggen dat hij niet even uit het kamp mocht om zijn prijs op te halen en ’s avonds op tijd terug. 

China heeft voorbeelden dicht bij ons.

De volledige brief van Brandt:

I hereby humbly suggest that the Peace Prize for 1939 is awarded the German Chancellor and Fьhrer Adolf Hitler, a man, who in the opinion of millions of people, is a man who more than anyone in the world has deserved this highly respected reward.

Authentic documents reveal that in September 1938 world peace was in great danger; it was only a matter of hours before a new European war could break out. The man who during this dangerous time saved our part of the world from this terrible catastrophe was without no doubt the great leader of the German people. In the critical moment he voluntarily did not let weapons speak although he had the power to start a world war.

By his glowing love for peace, earlier documented in his famous book Mein Kampf – next to the Bible perhaps the best and most popular piece of literature in the world – together with his peaceful achievement – the annexation of Austria – Adolf Hitler has avoided the use of force by freeing his countrymen in Sudetenland and making his fatherland big and powerful. Probably Hitler will, if unmolested and left in peace by war mongers, pacify Europe and possibly the whole world.

Sadly there still are a great number of people who fail to see the greatness in Adolf Hitler’s struggle for peace. Based on this fact I would not have found the time right to nominate Hitler as a candidate to the Nobel Peace Prize had it not been for a number of Swedish parliamentarians who have nominated another candidate, namely the British Prime Minister Neville Chamberlain. This nomination seems to be poorly thought. Although it is true that Chamberlain through his generous understanding of Hitler’s struggle for pacification has contributed to the saving of world peace, the last decision was Hitlerґs and not Chamberlains! Hitler and no one else is first and foremost to be thanked for the peace which still prevails in the greater part of Europe; and this man is also the hope for peace in the future. As Chamberlain obviously can claim his share of the peace making, he could possibly have a smaller part of the Peace Prize. But the most correct thing to do is not to put another name beside the name of Adolf Hitler and thereby throwing a shadow on him. Adolf Hitler is by all means the authentic God-given fighter for peace, and millions of people all over the world put their hopes in him as the Prince of Peace on earth.

Stockholm, January 27 1939

Ulrich Rückriem

I like Rückriem.

Zo een paar in stukken gesneden rotsblokken.

Marche-les-Dames, weet ge wel. Ook rotsen. Hebben we nog in ’t school moeten leren.

Een dwaas tottert daar af en ge moet dat kennen.

Wat een gelul.

Over Rückriem niets.

Over belangrijke dingen wordt gezwegen op school.

Maar bon.

Geologie en geometrie.

Niets mis mee.

Is dat alles?

Dat is alles.

Yeah right.

Het hoeft niet altijd veel te zijn om iets te zijn.

Een puzzel van een paar stukken meer is het niet.

Van steen in dit geval.

Ziet ge zelf wel.

Als kind vonden we dat plezant. Puzzels maken. Jigsaw. Toe papa, help, waar moet dit stuk? 

Als we naar kinderen kijken die vier stukken in mekaar proberen steken is het van ooh en van aah en kijk eens hoe lief en hij kan het al bijna en ze wordt toch al groot, ze kan het alleen, en kijk het is een kip en goed gedaan meisje, helemaal alleen, en wauw ge hebt ook nog een hond en ook vier stukken en dat kunt ge ook al helemaal alleen en joepie ziet eens zeg, zo goed van u.

En bij Rückriem zijn het een paar stenen en bambi staat er niet op en ge kunt het niet vastpakken, boe, en uw verstand is te klein en dan zeggen ze kunst, ja dat zal wel – kunst – zo is het makkelijk roepen en rapen, dat had ik zelf ook wel kunnen bedenken.

Straf he.

Awel, ik vind dat mooi.

Goed. Sterke kunst.

Materiaal en proces als onderwerp.

Snijden en boorgaten.

En dan zeggen ze tegen mij ge hebt er geen verstand van son of a midge, son of a bitch, son of Bogdanowicz.

Maar dat kan mij niet schelen.

Ik heb van niks verstand als ik de wereld moet geloven.

Dat kan er dan ook nog wel bij.

Maar bel mij, schrijf mij, en ik leg het u nog eens uit.

Rückriem rules.


Witse

Tv stond toevallig aan in de namiddag deze week.

Witse.

Kwam er toevallig voorbij.

De déjà-vu experience. 

And more.

Much more.

Ik kan elke aflevering woord voor woord mee zeggen.

Letterlijk.

Ik ken elke dialoog beter dan Witse en zijn crew zelf.

Het genie.

Ik ben een genie.

It’s me mama, it’s me.

Your little boy from hell.

Honderden keren heb ik het gezien.

Onwaarschijnlijk.

Hou iemand die compleet afbrokkelt maar eens bezig.

Lezen kan ze niet. Al 35 jaar niet. 

Praten kan ze niet. Al 35 jaar niet. 

Schrijven kan ze niet. Al 35 jaar niet.

Ze begrijpt nauwelijks wat je zegt.

Films snapt ze niet.

Witse kon ze volgen.

Min of meer volgen.

Niet té lang.

Eenvoudig.

Een plot.

Flikken kon ze volgen.

Heterdaad.

Alles van dat alles op DVD in huis.

Mijn vader in de kliniek.

Ik thuis bij mijn mama mama.

Een dag.

Twee dagen.

Een week.

Twee weken.

Een maand.

Twee maand.

Een jaar.

Twee jaar.

En zo ging het voort.

Met kaarten spelen te moeilijk voor haar.

Zelfs om ter hoogst snapt ze niet.

Af en toe eens wandelen, maar ze kan niet stappen.

Blijven wandelen kan ook niet, dan zit ge in Chicagogo en geraak dan maar weer in de kliniek om uw vader te bezoeken.

Dat gaat niet hoor.

En bellen kost geld.

Hallo Morris?

Chikago ici.

We are in Chikagooo.

C u tomorroo.

Dan maar Witse.

Ze keek en volgde soms.

Meestal vroeg ze wat er gebeurde.

Ik vertelde dan maar iets over prinsen en kabouters en de sterren.

Alles was goed voor haar.

Ik leerde nog meer wat geduld was.

Ik dacht, staat schoon op mijn cv.

Wat een dwaas gedacht.

Er wordt met u gelachen als ge uw ouders hebt verzorgd.

Schouderklopje: mooi gedaan.

Achter uw rug, wat een stomme kloot is dat en een middenvinger in uw gat.

Het is niet uw fout mama mama. Het is niet erg.

Werkgevers zijn gewoon domme onnozele apen die het verdienen zwaar in hun kloten geknepen te worden tot ze bloed pissen.

Nu was Witse daar weer.

Ik kon woord voor woord mee de dialogen opzeggen.

Niet één keer gezien.

Niet tien keer gezien.

Honderden keren gezien.

Letterlijk honderden keren.

Nu is zelfs De Buurtpolitie te moeilijk voor haar..

Er gaat niets meer in.

Maar ze lacht nog als ze mij ziet en dat is plezant.