Aah, die Luther

Iedereen is al eens kwaad. Het zou goed zijn om dan te zwijgen. Gewoon wegwezen. Omdraaien en wegstappen.

Zo moet ge dat doen dieter. Daar is niets moeilijks aan.

Die kerel spoort niet. Zal wel zijn, maar goed ik kan niet én cut-in én tegelijk cut-out zijn natuurlijk.

Mijn geraniums moeten ook nog water krijgen, mijn pompbak moet gekuist, mijn vloer gestofzuigd en de vuilbakken buiten gezet.

Ik bedoel maar, het is makkelijk praten en een oordeel klaar te hebben maar niemand hoeft mij te vertellen wat moeilijk is.

Aan het einde van de dag heb je dan uiteindelijk meer gelopen dan gepraat. Kan ook niet de bedoeling zijn. Dat irriteert de mensen ook, en dan zijn ze pompaf van al dat lopen en kunnen ze niet meer koken. Dan hebben ze geen eten, en wat gebeurt er dan?

Je denkt dan wellicht dat ze sterven, en dat zal wel, maar als er geen eten is worden mensen kwaad. 

Nog vòòr ze sterven is dat.

Voelt ge al waar we naartoe gaan?

Omdraaien en wegwezen, zeggen ze, maar dan zit ge met een lege maag in het holst van de dag, en dan moet je nog eens uw mond houden.

Zal wel zijn.

Enfin, ik vond deze Lutherse beledigingsgenerator.

Is eens iets anders als je de mensen wil uitschijten.

Iets aan de wilgen hangen

Soms zijn er van die uitdrukkingen waarvan je je afvraagt vanwaar ze komen, of je vraagt je dat niet af, dat kan ook, maar daarmee weet je nog niet vanwaar ze komen.

“Iets aan de wilgen hangen” bijvoorbeeld.

Ik had daar nog nooit bij stilgestaan, tot ik die uitdrukking vandaag las, en mij afvroeg van waar die eigenlijk kwam.

Je hoort dat heel uw leven zo af en toe eens opduiken, en dat is het dan.

De wilgen hangen intussen vol alle mogelijke rommel.

Goed, men stopt met iets, maar waarom hangt men dan altijd de objecten die verbonden zijn met dat beroep of die activiteit in/aan de wilgen? 

Er zijn bomen genoeg, maar toch hangt men alles altijd in de wilgen.

We moeten terug naar de bijbel om dit te verklaren. Niet mijn gedacht, maar de realiteit.

Psalmen meer bepaald. In Psalm 137 staat “Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend en dachten aan Sion. In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren.”

De Israëlieten waren verplicht om als ballingen in Babylonië te leven en dat maakte hen zo verdrietig dat ze zelfs geen zin meer hadden om nog muziek te maken.

Ze hingen hun lieren – letterlijk in de wilgen.

De treurwilg heeft er zelfs in het Latijn nog de naam salix babylonica aan overgehouden.

Een handvol rogge

Een handvol rogge is een boek van A.J. Cronin over het leven van een jonge Schotse dokter in Zwitserland.

Een handvol rogge is ook een boek van Agatha Christie en dat heeft niets te maken met het leven van een jonge Schotse dokter in Zwitserland.

Zo zie je maar.

Profile

Ik ken heel wat bedrijven die niet weten hoe ze de boel moeten runnen, maar Profile spant toch wel de kroon. Zelden – lees: nooit – heb ik zoveel amateurisme bijeen gezien.

De stuurkolom van mijn auto was vervangen “maar je moet hem wel nog laten uitlijnen.”

Een auto dat is voor mij zoiets als Cyrillisch schrift; fijn dat een ander dat kent, maar het enige dat ik wil is dat dat rijdt.

Als dat niet gebeurt, kan ik daar enkel staan op zien gelijk een aap op de mensen in de zoölogie.

Ik google “uitlijning auto” en kom bij Profile uit.

Die hebben zowat 50 vestigingen in heel België, ok, deftig bedrijf denk je dan.

Ik wil daarnaar bellen om een afspraak te maken, ik ben nog van de oude stempel, ik bel en ik leg iets vast.

Dat gaat niet.

Je moet online een deel zaken invullen EN DAN GAAN ZIJ U BELLEN om een afspraak vast te leggen.

Ze moeten zij mij godverdomme niet bellen.

Ofwel geven ze mij een kalender online waarin ik aanvink wanneer ik kan, ofwel bel ik.

Het leven is simpel, hou het simpel.

Wat als ze bellen als ik op de bus zit tussen een hoop krijsende, onnozele, smerige rotkinderen en ik heb geen agenda bij?

Wat als ik rustig zit te kakken?

Wat als ik aan mijn fluit aan het trekken ben en daar giert een hoop gehijg uit de boxen?

Moet ik dan rap effe tussendoor een afspraak vastleggen voor de auto en dan rustig voortdoen alsof er niks gebeurd is?

Daar zit toch gewoon volk aan een desk om de telefoon op te nemen zeker?

Als ze volk hebben om te bellen HEBBEN ZE OOK VOLK OM DE TELEFOON OP TE NEMEN.

RIGHT?

Right. Goed gezegd, dieter.

Ik weet het.

Op zaterdag vul ik heel die hannekesnest in – nummerplaat, kilometerstand van de auto, waar ik wil gaan en gans de reutemeteut.

Zij gaan mij contacteren.

ZIJ GAAN MIJ CONTACTEREN.

Nougatbollen.

We zijn vrijdag en niemand heeft mij gebeld.

Zal morgen ook niet gebeuren: één week is dat dan.

Op maandag verwacht een mens toch tenminste telefoon. Nikske. Alsof een mens zijn auto niet nodig heeft. Dinsdag wacht ik en hoor ik niks.

Ik bel zelf.

Krijg ik zo een bandje met druk 1 voor een dringend iets, druk 2 voor een probleem.

U heeft niets gedrukt.

TUURLIJK HEB IK NIKS GEDRUKT.

WAAROM ZOU IK 1 OF 2 DRUKKEN?

ER MOET GEWOON EEN OF ANDERE KLOJO DE TELEFOON OPNEMEN EN ZEGGEN: “Afspraak voor uitlijning? Ok; morgen?”

ZEGT IEMAND DAT? 

NEE NIEMAND ZEGT DAT.

EN WAAROM NIET? OMDAT PROFILE ZIJN BOEL NIET WEET TE RUNNEN.

Dus ik bel terug en ik druk 2 want ik zit met het probleem dat Profile mij niet heeft gebeld, dat ik hen bel en dat ze niet opnemen, en wat gebeurt er?

GEWOON NIKS.

Dinsdag bel ik naar Q-Team in Mollem want bij Profile zal het niet lukken deze week, zal het niet lukken volgende week, en zal het niet meer lukken in 2021, 2022, 2023 en wellicht niet meer voor 2050.

In Mollem: “Uitlijning? Donderdag, 13.20?”

“OK”

Uitlijning is in orde en van Profile heb ik nog altijd niets gehoord.

Niet gewoon een beetje niets. COMPLEET NIETS.

WAT. EEN. BEDRIJF.

Held

Wat een muziek. Fluisteren en tieren. Dat is schoon, zegt mijn moeder. Dat is schoon, zegt mijn vader. Dat is schoon zegt mijn zus.

Ik vind dat ook, zeg ik.

Kiekenvlees.

Morgen eerst nog naar de ziekenkas, en daarna naar de slager voor zo ’n 150 gram préparé en 200 gram kip-curry.

Run to you

Onsterfelijk nummer – ook een beetje dankzij “het eiland”. Wat een reeks was met dat zeg. Jan Eelen, toch wel een van de beste programmamakers. Eerst “In de Gloria”, dan “het eiland”. Zowat elke oneliner uit die programma’s is in de taal geïnfiltreerd.

“In de poep”

“Ik ben blij dat je in mijn team zit.”

“Niveau nihil jong. Nihil.”

“Hup. Weg sfeer.”

“Raymond kan het niet aan!”

“Da’k die bassen in mijn ballen voel.”

“Ik zit met den draad.”

Dat gewoon nu zo snel een paar los uit de kop – uit beide programma’s.

En boemerang (In de Gloria), wellicht zowat de beste satire op elke mogelijke talkshow die alles wil bespreken met gasten terwijl er niets te bespreken valt maar uitlach-tv is altijd fijn dus we vragen een paar mensen in de studio die na hun tv-optreden de rest van hun dagen uitgelachen kunnen worden n’importe quoi. 

Zo mooi geïllustreerd door In de Gloria.

Maar ik begon met Bryan Adams. Ik heb die nooit goed gevonden, op dat ene nummer na, maar ergens in de jaren 90 stond hij op T/W. Hij stond net na de Red Hot Chili Peppers geprogrammeerd. Het had gegoten tijdens het optreden van de Peppers en die mannen hadden er niet beter op gevonden dan te vragen om hen te bekogelen met modder. Heel die wei werd zot natuurlijk en begon als een bende zotten modder naar dat podium te gooien.

En de Peppers maar roepen van ‘more, more, more.’

Dat stop je niet meer natuurlijk. Heel die wei was met modder naar het podium en naar elkaar aan het gooien tot groot jolijt van RHCP.

Bryan Adams kwam na de Peppers het podium op. Prachtig wit kostuum. Hij had nog geen meter gelopen of hij was alweer dat podium af, compleet onder de modder.

Wat zo’n organisatie dan nog probeert, het hek is van de dam. 

Adams kwam terug in een nieuw wit pak, stond helemaal achteraan, ver weg van het volk wat nummers af te ratelen en was weg.

Een echte rockster waardig dus. 

Goed nummer, klote-artiest.

Dat wit vodje

Een van de bekendere werken uit de kunstgeschiedenis is zeker de Moord op Marat van Jacques-Louis David.

Marat was een journalist, vrijdenker, zei en schreef wat hij dacht – zo ten tijde van de Franse Revolutie. 

En dan gedood in zijn bad.

Dat werd geschilderd door David.

Moord op Marat, Jacques-Louis David, 1793

Wat bijna niemand weet, is dat Jacques-Louis David ook in Brussel heeft gewoond en daar zijn atelier had.

Vlak tegen de Nord; het Noordstation.

Als je het station binnenrijdt – of buiten rijdt met de trein passeer je er. Een hoop koterij is het nu.

Ik passeerde er dagelijks en moest er altijd weer aan denken.

Vandaag was ik weer met de trein onderweg en ik reed de Nord buiten, spoor 1, richting Dendermonde, en passeerde er opnieuw.

Spoor 12 is de kant van de prostitutie.

Spoor 1 die van de kunst.

Wat verderop – ook spoor 1 – passeer je Clabots, daar gingen we ijzerplaten kopen voor het atelier. Ik haalde daar ook altijd verroeste ijzerdraad voor mijn werk. Ze verkochten dat per kilo.

Dat is geweldig materiaal.

Ik had daarmee ooit een installatie gemaakt in de kelder van het atelier en Cookie (Luc Coeckelberghs) kwam als externe jury, samen met nog wat mensen commentaar geven.

Het enige dat hij zei was “dat wit vodje daar, hoort dat ook bij uw werk?”

“Wit vodje? Welk wit vodje?”

“Daar vanachter.”

Een onooglijk klein stukje stof aan de muur. Dat moest daar al jaar en dag hangen, ik had dat zelfs niet gezien.

“Nee”

“Dan moet dat weg”

Hij draaide zich om en was weg.

Ik was razend. Iedereen gaf mij deftige commentaar en dan kwam Cookie neuten en melken over een vodje ergens in een hoek.

Later begreep ik het – en het is de meest waardevolle commentaar die ik ooit in mijn opleiding heb gekregen.

Je moet élk detail in het oog houden als je iets maakt in kunst.

Hoort het erbij of niet?

Is het het juiste materiaal?

Waarom die grootte?

Waarom op die plaats? 

Welk licht? 

Teken je met potlood of stift, dat is een essentieel verschil. Dat ziet er anders uit.

Als je uw naam onder een tekening zet, wordt uw naam deel van die tekening. Dat is geen neutraal gegeven.

Als je op groen papier tekent maak je van in begin een keuze. 

Je had ook op wit papier kunnen tekenen, maar met groen potlood teken je niet op groen – of teken je op een andere manier.

Neem je een groen papier of kleur je je papier groen?

Van in begin moet je wat, hoe, waarom weten en kennen.

Waarom kies je karton in plaats van papier?

Dat mag niet zijn “ah dat ligt hier”; daar moet een bewust idee achter zitten.

Vaak lijkt alles simpel; “dat kan ik ook”, maar zelden tot nooit is iets “ah, we gaan rap iets doen en dan zien we wel.

Dat wit vodje werd deel van mijn werk terwijl het niet zo bedoeld was. Dat was een fout. Dat kon en mocht geen tweede keer. 

Zelden heeft een commentaar mij zo doen inzien wat er belangrijk is bij het maken van een werk.

“Dat wit vodje”. Een essentiële omslag in mijn denken.

Inbraak

Gisteravond kreeg ik ineens telefoon van Politie Antwerpen. Dan weet je dat het niet goed is. 

Of ik thuis was. 

Neen, ik zit al enige tijd bij mijn ouders om hen te helpen, om mijn (blinde) zus te helpen en om mijn zus uit Z-Afrika nog eens te zien.

Niet Antwerpen dus, al meer dan een week niet.

Of ik mijn deur opengebroken had achtergelaten. 

Dat vond ik wel een grappige vraag, maar grappig of niet, dan weet een mens wel hoe laat het is.

De buren konden mij niet bereiken en ze hadden dan maar de politie gebeld.

Ik woon in een superneige straat.

Iedereen kent iedereen. Iedereen helpt iedereen. Niet evident in deze vreemde tijden waarin het snot uit ieders neus drupt en de kamers van de huizen nog maar drie vierkante meter of vier driekante meter groot zijn. 

Redelijk ruige wijk: de Seefhoek. Jambers heeft er nog reportages gedraaid over de opkomst van het racisme, nu woont er alles door elkaar en alles en iedereen komt er overeen met alles en iedereen behalve de racisten met de niet-racisten, de ooggetuigen met de niet-ooggetuigen, de politie met de maffia, de dealers met de gebruikers, de kassiers met de klanten, en de klanten met de security. Zo zie je maar.

Af en toe ontploft er een granaat van de drugsmaffia, af en toe worden er wat dealers opgepakt of wordt er een inval gedaan en een hoop drugs in beslag genomen die daarna weer verkocht wordt en dan wordt de bittere pil doorgeslikt. Dat moest dan ook weer van dat geraaskal komen. 

Ik van Asse naar Antwerpen. Drie kwartier later was ik daar, stond de politie nog rustig voor de deur te wachten.

Geen slecht woord over hen.

Ik heb het niet voor het Gezag, maar: superkerels. Zonder mopperen drie kwartier wachten op Godot. Dat is kassa kassa, maar ik was blij.

Slot kapot, frigo leeggegeten, drank opgedronken, mijn vriezer open laten staan, een reservedons in mijn zetel, wat spullen door elkaar gehaald en wat kleine spullen weg.

Mijn boeken van JMH Berckmans en Boon heeft hij / zij laten liggen. Daar ben ik al blij om. Het strijdtoneel van de arena een beetje chaotisch.

Gewoon iemand die honger had en wou slapen. De gelegenheid maakt de dief, al moest hij / zij voor die gelegenheid wel eerst het slot forceren. Een beetje spijtig voor mij, maar het kon erger.

Mijn zus is afgekomen uit Zuid-Afrika: Eshowe. Daar werkt ze.

Ex-president Zuma van Zuid-Afrika is opgepakt en in de gevangenis gepierd. 

Zuma kwam uit Eshowe – Kwazulu Natal. Het broeide, wat later barstte het. 

Zuid-Afrika stond in brand met Eshowe als starting point.

Intussen zijn er al 200 doden en is er nergens nog voedsel te krijgen, wordt alles wat niet te zwaar of te heet is overal weggesleept en schiet men op alles wat beweegt.

Mijn zus moest al terug zijn in Eshowe om te werken, maar ze kan niet terug.

Ze weet ook al dat er van een huis niet veel huis meer over zal zijn, dat de frigo leeg zal zijn, dat er geen auto meer zal zijn. BURN. MOTHERFUCKER. BURN.

“Tja, we zien wel zeker, de Zuid-Afrikanen zullen het nog veel erger hebben dan ik, ik kan weer beginnen werken en zal wel érgens aan eten geraken maar waar de rest hun eten zal halen weet ik ook niet.”

België verzoop en verzuipt nog steeds. Mensen, huizen en alles erop en eraan dreven naar de zee en werden nooit meer teruggezien. Er drijven vijftig mensen naar Noorwegen.

Vijftig jaar leven weggevaagd, en wij, wij zitten daar op te zien. 

“Toch erg”, geven vijftig euro en het leven gaat voort. Kunnen we meer doen? Wellicht niet. Zelfs al ga je daar twee weken puin ruimen, die mensen hun leven is weggestroomd. Dat is de fatalist in mij die vijftig euro stort om mijn geweten te sussen.

“Ik heb ook iets gedaan”, wetende dat het de mug is die in zee pist op de kop van een of andere vermiste Waal.

Bij mij komt dan iemand eten, slapen, eten, wat spullen dooreen gooien, vloer uitbreken.

Ik heb al langer dan vandaag leren relativeren. Een trauma hou ik er niet aan over. 

Het is niet fijn, dat is waar, maar weer naar de winkel en inkopen doen voor de volgende gast zeker?

Nieuw fototoestel, nieuwe trimmer, nieuwe art deco lamp.

Er is nog één ding dat ik moet nakijken: ik werk al twaalf jaar lang elke dag drie à vier uur aan een project dat de wereld met verstomming gaat slaan. Ik heb nog niet alles kunnen bekijken. Als daar iets mee is, dan is zelfs Tora Bora niet veilig genoeg.

Ching Shih

Vergeet Blackbeard, William Kidd, Barbarossa, Calico Jack.

The meanest pirate was – zoals je wel kon verwachten – een vrouw: Ching Shih. 

Don’t mess with the lady’s. Dat is nu het geval, dat was eeuwen geleden het geval, dat zal binnen enkele eeuwen nog zo zijn. Sommige dingen veranderen nu eenmaal niet.

Wij mannen hebben ons daar simpelweg bij neer te leggen; anders een pak voor de broek van de vrouw, en dat wil je niet.

Ching Shih – echte naam Shil Gang Xu – begon als prostituee  maar eindigde als mean machine met een leger van zo’n 50.000 piraten onder haar.

Dat was niet door eens vriendelijk te lachen en wat complimentjes links en rechts uit te delen. Dat was door pure terreur en meedogenloos optreden.

Op haar 26e haalde een piratenleider (Zheng Yi) haar weg uit een bordeel omdat hij haar super- en supermooi vond en hij liever niet iedereen de kop afhakte die haar aanraakte.

Misschien deed hij dat wel graag, maar hij zag gewoon liever niet dat ze bij iedereen in bed kroop. Best option: met haar trouwen.

Samen met haar man bouwde ze stilaan een piratenleger uit dat begin 19e eeuw de grootste vlootmacht in en rond China was en waar geen enkel schip, groot noch klein, veilig voor was.

Alle schepen van Kanton tot Macau moesten eraan geloven. Vissersdorpen werden afgeperst en moesten beschermingsgeld betalen en zelfs dan werden ze af en toe nog eens leeggeroofd, geplunderd en bestolen.

Toen haar man overleed werd ze Ching Shih (weduwe van Zhen / Ching Yi) en nam zij de leiding over.

Volgde men haar bevelen niet op, dan was het kop kwijt, en dat deed ze met plezier zelf. 

Gevangen spijkerde men met handen en voeten vast aan het dek waarna de vraag volgde of ze liefst werden doodgeknuppeld, of dat ze piraat wilden worden. 

Haar leger piraten groeide snel tot een 70.000 piraten uit.

De Britse en de Portugese schepen werden telkens weer geplunderd en daar konden ze niet echt om lachen. Er werden oorlogsschepen op afgestuurd maar Ching Shih lachte eens en crushed them all.

Toen ook de Chinese keizer zich rap eens ging moeien en haar clubje probeerde te elimineren maakte ze meer dan 60 schepen buit en de rest werd compleet in de pan gehakt.

Daar sta je dan als keizer met “we zullen dat probleempje eens oplossen.”

De enige mogelijkheid die de Chinese regering zag om het probleem op te lossen was de piraten amnestie geven.

“Als ik alle buit mag houden, anders is het njet”

De Chinese regering was al lang blij met een ja, en die buit was toch niet van hen, dus hou maar meisje, maar steek die schepen in brand en verdwijn.

Ching Shih zei merci, salut en de kost en ze opende een gokhuis met bordeel.

De grootste piraat uit de geschiedenis. Nu is ze trouwens ook nog te vinden in Pirates of the Carribean als Mistress Ching, een van de negen Pirate Lords.

Die zogezegd grote mannelijke piraten waren trouwens telkens zo dom om te sterven, zich te laten vangen of geëxecuteerd te worden.

Niemand kwam ermee weg.

Vrouwen jong, niet te schatten.